Als je lid bent van WEW log dan in om meer te zien.
De pagina is nog in bewerking, laatst bewerkt in 2021

Een recente naamlijst van de in Nederland voorkomende Chironomidae wordt gegeven door
Beuk (2002) (zie onder Diptera algemeen), maar deze is niet geheel vrij van fouten.
Voor de determinatie van de Nederlandse Chironomidae-larven is de conceptsleutel van
Moller Pillot (2009) voor de Nederlandse fauna het meest complete werk. Het betreft feitelijk een geactualiseerde, gecompleteerde samenvatting van de standaardwerken van
Moller Pillot (1984a) ,
Moller Pillot (1984b) . Het gebruik ervan wordt aanbevolen, maar met inachtneming van de volgende aanbevelingen en uitzonderingen:
In
Moller Pillot & Buskens (1990, sec. lit.) zijn enkele naamsveranderingen aangegeven en soortengroepen nader benoemd.
Overzicht van aanvullende algemene determinatiewerken:
- De cd-rom van Klink & Moller Pillot (2003) geeft net als Moller Pillot (2009) een redelijk compleet beeld van de Nederlandse fauna en kan als alternatief worden gebruikt. Omdat de digitale publicatievorm een hindernis blijkt te vormen voor veel gebruikers is ervoor gekozen toch alle andere publicaties onder primaire literatuur te laten staan. De tabel is niet dichotoom, maar men moet keuzes maken voor de verschillende kenmerktoestanden. De sleutel past automatisch de kenmerken aan die binnen een taxongroep onderscheidend zijn. Men moet er op verdacht zijn dat de figuren bij de soortbeschrijvingen niet altijd bij de betreffende soort horen, maar vaak ook bij een andere vertegenwoordiger van dat genus of zelfs bij een ander genus.
- Bijna alle Europese genera staan verzameld in Wiederholm (1983) en dit werk completeert daarmee voor een groot deel de hiervoor genoemde werken. Het is een zeer bruikbaar naslagwerk voor alle subfamilies, met veel goede tekeningen (echter vaak van niet Nederlandse soorten van het genus!).
- In de Russische literatuur worden vaak belangrijke tekeningen gegeven van diverse soorten Chironomidae, voor zowel de larven als de poppen (bijv. Chernovskii (1961, sec. lit.) , Pankratova (1983, sec. lit.) , Kiknadze et al. (1991, sec. lit.) ). De naamgeving kan echter verwarrend zijn en de Russische taal kan een barriëre vormen.
Per subfamilie of tribus zullen de genera waar aanvullende determinatieliteratuur gewenst is, hieronder worden vermeld.
Tanytarsini:
Chironomini:
- Moller Pillot (2009) geeft waardevolle aanwijzingen per soort of soortengroep voor de determinatie van Chironomini, maar bevat geen sleutels (m.u.v. Stictochironomus).
- Chironomus met Vallenduuk et al. (1999) . Gebruik voor determinatie van het C. luridus agg. en in het bijzonder C. uliginosus en C. parathummi Vallenduuk & Langton (2010) .
- Cryptochironomus met Vallenduuk & Morozova (2005) , maar niet alle Nederlandse soorten zijn als larve bekend.
- Dicrotendipes met Contreras-Lichtenberg (1986) .
- Glyptotendipes met Moller Pillot et al. (2000) .
- Graceus ambiguus staat beschreven in Cuppen et al. (2009) .
- De "Kloosia-achtige" (rivieren)soorten (Beckidia, Saetheria, Kloosia, Paratendipes nubilus, Chernovskiia macropodus) staan getekend en beschreven in Chernovskii (1961, sec. lit.) en Pankratova (1983, sec. lit.) . De naamgeving in deze werken is sterk verouderd, maar met enig speurwerk (in veelal Russische literatuur) is een recentere naam meestal wel te achterhalen, b.v. Kloosia pusilla als Cryptochironomus vytshegdae. Een deel van deze soorten staat echter al opgenomen in Moller Pillot (2009) (Moller Pillot (2003) ).
- Paracladopelma. Determinatie tot op soort is mogelijk met Tempelman & Van Haaren (2010) .
- Polypedilum. Gebruik voor de determinatie van de soorten van het genus Polypedilum TEMPELMAN (in prep.) (een conceptversie kan bij de auteur worden opgevraagd). Oudere literatuur zoals Moller Pillot (2009) en Klink (2002, sec. lit.) dekt niet alle Nederlandse soorten.
- Sergentia near prima staat beschreven in Cuppen et al. (2009) .
- Stictochironomus. Determinatie tot op soort met Moller Pillot (2009) .
Orthocladiinae (sensu lato):
- Cranston (1982, sec. lit.) is aanvullend goed bruikbaar voor Orthocladiinae in het algemeen.
- Voor de Orthocladiinae, die met name in ons rivierengebied en snelstromende wateren voor (kunnen) komen, is Schmid (1993, sec. lit.) een goed aanvullend werk.
- Cricotopus. Het genus Cricotopus is wat uitgebreider dan wat (Moller Pillot (1984b) ) Moller Pillot (2009) laat zien. In verreweg de meeste gevallen kan men hiermee goed uit de voeten. In een aantal gevallen geeft Hirvenoja (1973, sec. lit.) de mogelijkheid nog wat gedetailleerder te benoemen. Ook Strauss & Niedringhaus (2014, sec. lit.) geeft extra informatie.
- Molleriella in Sæther & Ekrem (1999, sec. lit.) .
- Nanocladius. Het genus Nanocladius is iets verder uitgesplitst in Langton (1992b) .
- Orthocladius. Voor het genus Orthocladius vormt Cranston (1982, sec. lit.) een goede aanvulling op de algemene werken en een revisie van de diverse subgenera wordt gegeven door Rossaro et al. (2002, sec. lit.) , Sæther (2003, sec. lit.) en Soponis (1990, sec. lit.) .
- Psectrocladius schlienzi wordt beschreven in Beauvesère-Storm & Tempelman (2009, sec. lit.) .
- Thalassosmittia thallassophila in Strenzke & Remmert (1957, sec. lit.) .
Het determineren van de poppen en exuviae van Chironomidae tot op soort, kan bijna volledig gedaan worden met
Langton (1991) en de update die hij daarna maakte van zijn eigen werk (
Langton (1992a) ). In hetzelfde jaar nam hij met Cranston het genus Orthocladius onder de loep (
Langton & Cranston (1991) ). In 1995 volgde een toelichting op het geslacht Chironomus (
Langton (1995) ).
Langton & Visser (2003) is in hoofdlijnen de digitale versie op cd-rom van de hiervoor genoemde werken (dichotome sleutels). De cd-rom kan de andere hier genoemde werken in principe vervangen.
Wiederholm (1986) is vooral een goede aanvulling door het grote aantal illustraties van bijna alle genera, al zijn een aantal tekeningen nogal zwaar aangezet. Voor determinatie tot op genusniveau kan wel worden volstaan met
Wilson & Ruse (2005, sec. lit.) , aangevuld met
Orendt (2008, sec. lit.) voor ontbrekende genera..
Toegevoegd
Cuppen et al. (2020) ,
Cuppen et al. (2015) ,
Cuppen & Tempelman (2018) ,
Moller Pillot (2013) ,
Vallenduuk (2019) ,
Dees & Moller Pillot (2010) ,
Ferrington & Sæther (2011) ,
Vallenduuk & Schiffels (2015) ,
Van Nieuwenhuijzen (2017)
Primaire literatuur
Contreras-Lichtenberg (1986) ,
Klink (1982a) ,
Klink (1983a) ,
Klink (1983b) ,
Klink & Moller Pillot (2003) ,
Langton (1991) ,
Langton (1992a) ,
Langton (1992b) ,
Langton (1995) ,
Langton & Cranston (1991) ,
Langton & Visser (2003) ,
Moller Pillot (1984a) ,
Moller Pillot (1984b) ,
Moller Pillot (2003) ,
Moller Pillot et al. (2000) ,
Vallenduuk et al. (1999) ,
Vallenduuk & Morozova (2005) ,
Wiederholm (1983) ,
Wiederholm (1986) ,
Cuppen et al. (2009) ,
Moller Pillot (2009) ,
Moller Pillot (2009) ,
Tempelman & Van Haaren (2010) ,
Vallenduuk & Langton (2010) ,
Vallenduuk & Moller Pillot (2007)
Secundaire literatuur
Ashe (1995) ,
Cranston (1982) ,
Chernovskii (1961) ,
Fittkau (1962) ,
Hirvenoja (1973) ,
Kiknadze et al. (1991) ,
Klink (1982b) ,
Klink (1981) ,
Klink (2002) ,
Klink & Moller Pillot (1996) ,
Moller Pillot & Wiersma (1997) ,
Rossaro (1985) ,
Rossaro et al. (2002) ,
Sæther (1971) ,
Sæther & Ekrem (1999) ,
Schmid (1993) ,
Shilova et al. (1992) ,
Soponis (1990) ,
Stur & Ekrem (2006) ,
Webb & Scholl (1985) ,
Wilson & Ruse (2005) ,
Beauvesère-Storm & Tempelman (2009) ,
Ekrem (2007) ,
Moller Pillot (2009) ,
Orendt (2008) ,
Shilova (1976) ,
Moller Pillot & Buskens (1990) ,
Moller Pillot & Goddeeris (2001) ,
Pankratova (1983)
Verouderd
Andersen & Sæther (1995) ,
Keyl & Strenzke (1956) ,
Lehmann (1970) ,
Moeller (1964) ,
Sæther (1976) ,
Sæther (1977) ,
Sæther (1980) ,
Sæther (1983) ,
Sæther (1985a) ,
Sæther (1985b) ,
Sæther (1990) ,
Sæther (1995a) ,
Sæther (1995b) ,
Sæther (2003) ,
Sæther & Wang (1995) ,
Strenzke (1960) ,
Strenzke & Remmert (1957) ,
Wiederholm (1979) ,
Wilson (1996)