Wiki Ecologische Waterbeoordeling WEW-lid? Log dan vooral in:
B. Technisch deel > 4. Instrumenten   |   vorige 
  Geschiedenis
Lezen
Bewerken
Overleg

11. Beoordeling zonder instrument

Het ideale instrument op basis van soortensamenstelling

 

Een ervaren ecoloog kan op basis van de aanwezigheid van soorten tot een oordeel over het water komen. Zonder gebruik van enig instrument. Maar wel op basis van een grote hoeveelheid kennis over de indicatiewaarde van organismen en veldkennis in het algemeen. De ecoloog is vrij om uit de soortensamenstelling conclusies te trekken over de -in een specifiek water- relevante factoren. Een instrument als EBEOsys of QBwat doet in grote lijnen hetzelfde als zo'n ecoloog, maar gebruikt voor parameterwaarden als "Baetis vernus larve 38 ex" of "Vlottende bies locally dominant" steeds dezelfde indicatiewaarde terwijl een persoon hierin kan en zal varieren.

 

De ecoloog is vrijer en preciezer, het instrument objectiever en soms nauwkeuriger. Conclusies die gebaseerd zijn op een instrument hoeven niet altijd beter te zijn. Vaak komt dat omdat de steekproef waarop indicatiewaarden bepaald zijn, niet de volledige range van de abiotische variabele op evenwichtige wijze bestrijkt. Daardoor kunnen indicatiewaarden waarmee instrumenten rekenen, voor discussie vatbaar zijn. Hetzelfde geldt natuurlijk voor een oordeel van een ecoloog, omdat deze niet een expert kan zijn op al de te onderscheiden groepen, van b.v. sieralgen tot chironomiden. Deze discussie hoort bij dit vakgebied en leefde ook al bij het oude blauwe handboek "Biologische waterbeoordeling".

 

De beste diagnose wordt gesteld door een ervaren ecoloog, ondersteund door een goed instrument. De werking van het instrument zou daarom zo transparant mogelijk moeten zijn: dan is een vruchtbaar gesprek over de diagnose van een watersysteem mogelijk. Bijvoorbeeld tussen veldmedewerkers of analisten en beleidsecologen. Ook gezamenlijke veldbezoeken van (expert-) ecologen kunnen tot een soort ijking van de beoordeling van een ecoloog bijdragen. Je blijft "scherp" omdat je moet uitleggen waarom je je oordeel zo velt.

 

 Voor deze transparantie is het belangrijk dat :

  • indicatiewaarden per soort beschikbaar zijn
  • de rekenregels goed zijn ontsloten
  • tussenstappen gepresenteerd kunnen worden
  • het instrument regelmatig wordt bijgesteld om nieuwe kennis, voortschrijdend inzicht, taxonomische wijzigingen en veranderingen in indicatiewaarden (klimaatverandering!) mee te kunnen nemen.

 

Geen van de huidige algemeen beschikbare instrumenten voldoet hier aan. Niet omdat dit niet zou kunnen, maar omdat aan deze aspecten tot nu toe weinig aandacht is besteed.

Hoe gebruik je de indicatiewaarde van soorten in een systeemanalyse?

Voor het stellen van een eerste diagnose gebruik je de kennis over omstandigheden waaronder een soort wel of juist niet wordt aangetroffen. Dit wordt ook habitatpreferenties genoemd (voorbeeld voor macrofauna). Om een voorbeeld te noemen: als alle aangetroffen soorten tolerant zijn voor zuurstofloosheid, dan is de kans groot dat de zuurstofvoorziening inderdaad de voornaamste stuurfactor is voor de aangetroffen gemeenschap en de hoogstwaarschijnlijk slechte kwaliteitsbeoordeling die hieruit voortvloeit.

 

Als er naast de vraag naar een eerste diagnose ook al specifiekere vragen zijn, kunnen vele aspecten van de biologie van soorten relevant zijn om het watersysteem te begrijpen. Bijvoorbeeld levensduur, vliegvermogen, dispersie, vermogen tot stikstoffixatie, toleranties voor abiotische omstandigheden, voedsel, etcetera. Hierover wordt veel gepubliceerd in faunistische vakliteratuur en in wetenschappelijk onderzoek.

 

 


Bijgewerkt: 19 april 2016   door: Boudewijn Beltman - versie 4
Grootste bijdrage door: Bart Achterkamp ( 76 % )
Tweede lezer: Ronald Bijkerk
Openbaar: voor iedereen zichtbaar