Wiki Ecologische Waterbeoordeling WEW-lid? Log dan vooral in:
B. Technisch deel > 4. Instrumenten   |   vorige  |  volgende 
  Geschiedenis
Lezen
Bewerken
Overleg

8. Functionele groepen fytoplankton

Wat verstaan we eronder

In het fytoplankton kunnen we een groot aantal soorten tegenkomen. Deze soorten kunnen we indelen in functionele groepen op grond van hun habitatvoorkeur en hun specifieke sterke (toleranties) en zwakke (gevoeligheden) kanten ten aanzien van de voor fytoplankton relevante stuurfactoren. Door vervolgens te kijken naar het aandeel van de verschillende functionele groepen, komen we te weten welke processen verantwoordelijk zijn voor de waargenomen soortensamenstelling. Is het aandeel groot van soorten die gevoelig zijn voor begrazing, dan kunnen we veronderstellen dat de graasdruk van dierlijk plankton laag is, met als mogelijke oorzaken onder andere predatie door planktivore vis of aasgarnalen, vergiftiging door bestrijdingsmiddelen, of interferentie met slibdeeltjes. Is het aandeel stikstoffixerende blauwalgen hoog, dan is er waarschijnlijk sprake van een tekort aan nitraat en ammonium door denitrificatie of concurrentie om stikstof met ondergedoken waterplanten en algen in het aangroeisel.

Systeem van Reynolds

Een veel gebruikte indeling in functionele groepen is opgezet door Reynolds c.s. (2002) en in de loop der jaren door hem en vele andere planktononderzoekers aangepast en uitgebreid. Er worden op dit moment ongeveer veertig groepen onderscheiden, waarvan de meest voorkomende zijn weergegeven in Tabel 1, met voorbeeldsoorten.

Tabel 1. Overzicht van de meest voorkomende functionele groepen fytoplankton volgens het systeem Reynolds.


Systeem van Kruk

Kruk heeft een eenvoudiger indeling in zeven functionele groepen gemaakt (Figuur 1). Deze gaat uit van de volgende morfologische kenmerken: volume, oppervlakte:volumeverhouding en grootste lineaire dimensie (Kruk et al. 2010, Kruk & Segura 2012).
Met het systeem van Kruk hebben wij geen ervaring. De helderheid van het water, de temperatuur en het gehalte totaal-stikstof bleken belangrijke stuurvariabelen voor het biovolume-aandeel van de zeven door haar onderscheiden groepen (Kruk & Segura 2012).


Figuur 1. Schematische weergave van de zeven functionele fytoplanktongroepen onderscheiden door Kruk et al. 2010 op basis van morfologische kenmerken waaronder celoppervlak (S) en celvolume (V) (Bron figuur: Kruk & Segura 2012).

Toepassing

Om dit beoordelingssysteem toe te kunnen passen moeten we de hoeveelheid fytoplankton wel uitdrukken in een biomassamaat, zoals het biovolume. We willen immers weten hoe de productie van het fytoplankton over de functionele groepen verdeeld is. Of, met andere woorden, welke functionele groepen de meeste voedingsstoffen tot zich nemen. Het biovolume kan direct vergeleken worden met het chlorofylgehalte, omdat dit ook een maat is voor de biomassa.

Om de in de monsters aangetroffen soorten te kunnen indelen in functionele groepen, moet men beschikken over een lijst die de soorten koppelt aan de juiste groep. Een dergelijke lijst kan men samenstellen op basis van diverse publicaties en expert oordeel. Vervolgens kan men het biovolume per functionele groep sommeren. Om de resultaten ten slotte in overzichtelijke plaatjes te kunnen presenteren, pakt men de groepen met de hoogste biovolume-aandelen eruit en voegt de overige functionele groepen samen in een categorie "overige". De figuren 1 en 2 geven voorbeelden van dergelijke plaatjes, gebaseerd op een beoordeling volgens het systeem Reynolds.



Figuur 2. De soortensamenstelling van het fytoplankton wordt bepaald door een toenemende graasdruk vanaf maart en een afnemende beschikbaarheid van stikstof vanaf juni. In de nazomer zorgen soorten die relatief goed bestand zijn tegen troebelheid voor een hoge fytoplanktonbiomassa.


Figuur 3. Het verschil in soortensamenstelling tussen het fytoplankton van deze drie meren wordt bepaald door lichtklimaat, organische belasting en begrazing door zoöplankton en schelpdieren.

Literatuur

  • Kruk C & Segura AM (2012) The habitat template of phytoplankton morphology-based functional groups. Hydrobiologia 698: 191-202.
  • Kruk C, Huszar VLM, Peeters ETHM, Bonilla S, Costa L, Lürling M, Reynolds CS & Scheffer M (2010). A morphological classification capturing functional variation in phytoplankton. Freshwater Biology 55: 614-627.
  • Padisak, J, Crossetti LO & Naselli-Flores L (2009) Use and misuse in the application of the phytoplankton functional classification: a critical review with updates. Hydrobiologia 621: 1-19.
  • Reynolds CS, Huszar VL, Kruk C, Naselli-Flores L & Melo S (2002) Towards a functional classification of the freshwater phytoplankton. J Plankton Res 24:417-428.
  • Reynolds CS (2006) Ecology of phytoplankton. Cambridge University Press, Cambridge.



 

 


Bijgewerkt: 18 maart 2016   door: Ronald Bijkerk - versie 3
Grootste bijdrage door: Ronald Bijkerk ( 99 % )
Tweede lezer: Roelf Pot
Openbaar: voor iedereen zichtbaar