Wiki Ecologische Waterbeoordeling WEW-lid? Log dan vooral in:
B. Technisch deel   |   vorige  |  volgende 
  Geschiedenis
Lezen
Bewerken
Overleg

3. Biologische groepen

Inleiding

In dit deel van het handboek bespreken we de (belangrijkste) biologische soortgroepen van aquatische ecosystemen. Aan de orde komen:


Merk op dat alle groepen, behalve het dierlijk plankton (zooplankton) de groepen zijn die in de Kaderrichtlijn Water genoemd worden.


Onder de algen verstaan we zowel de vrij zwevende algen (fytoplankton) als de vastzittende algen (fytobenthos, perifyton). Ook de blauwalgen worden bij deze groep behandeld, hoewel het hier feitelijk niet om algen maar om (cyano)bacteriŽn gaat. De macro-algen behandelen we onder de waterplanten.


Onder de waterplanten behandelen we de hogere planten (zowel de submerse, de drijfbladplanten als de emergente water- en moerasplanten), maar ook de groep van de kranswieren en de macro-algen.


Het dierlijk plankton (zooplankton) betreft kleine ongewervelde dieren. De grens tussen zooplankton en macrofauna is niet strikt te trekken. Larven van soorten die we normaliter bij macro-invertebraten rekenen, worden vaak in zooplanktonmonsters aangetroffen. De grens tussen zooplankton en macro-invertebraten wordt meestal omschreven als niet of wel met het blote oog waarneembaar.


Onder macrofauna verstaan we de grotere, met het blote oog waarneembare ongewervelde dieren. Zoals onder het dierlijk plankton is vermeld, is de grens tussen wat wel of niet met het blote oog waarneembaar is, niet scherp te stellen. Ook het benoemen van families is niet afdoende: juvenielen van macrofauna-soorten worden soms aangetroffen in zooplanktonmonsters. Ook treedt soms in het verloop van de tijd verandering op in wat wel of niet bij macrofauna gerekend wordt. Zo werden watermijten enkele decennia terug vaak niet bij de macrofauna gerekend, de laatste tijd meestal wel. Overigens wordt tegenwoordig naast de term macrofauna ook macro-invertebraten gebruikt.


De betekenis van de groep vissen behoeft geen nadere toelichting.


Van elke groep behandelen we de betekenis voor het (functioneren) van het aquatisch milieu. We geven aan op welke milieufactoren de soorten het sterkst reageren en voor welke vorm van menselijke beÔnvloeding ze dus het beste als indicator gebruikt kunnen worden. We geven daarbij ook aan welke instrumenten (indexen, modellen, etc) specifiek voor de betreffende groep beschikbaar zijn.


Andere groepen

In het aquatisch milieu zijn nog andere soortgroepen die voor het functioneren van het ecosysteem en/of voor de natuurwaarde van belang kunnen zijn. Dit zijn de groepen: bacteriŽn, schimmels, amfibieŽn, reptielen, vogels en zoogdieren. Omdat de ecologische waterbeoordeling van oudsher deze groepen niet of zelden gebruikt, en omdat ze geen rol spelen in de Kaderrichtlijn Water, behandelen we de groepen niet in dit handboek. Dat we wel voor dierlijk plankton gekozen hebben (ook al speelt deze groep geen rol in de Kaderrichtlijn Water) is vanwege het belang in het voedsel web, als schakel tussen fytoplankton en bijvoorbeeld vis.


 

Onderliggende titels:

1. Algen
2. Waterplanten
3. Dierlijk plankton
4. Macrofauna
5. Vissen
6. Exoten

 


Bijgewerkt: 5 februari 2016   door: Bart Achterkamp - versie 5
Grootste bijdrage door: Reinder Torenbeek ( 95 % )
Tweede lezer: Bart Achterkamp
Openbaar: voor iedereen zichtbaar