Wiki Ecologische Waterbeoordeling WEW-lid? Log dan vooral in:
B. Technisch deel   |   vorige  |  volgende 
  Geschiedenis
Lezen
Bewerken
Overleg

2. Watertypen

Watertypologie in dit Handboek

In dit deel van het handboek behandelen we de belangrijkste watertypen in Nederland. De watertypen die aan de orde komen zijn:


De indeling van deze watertypen is voornamelijk gebaseerd op de masterfactoren. Natuurlijke verschillen in deze factoren, te weten zoutgehalte, stroming, buffercapaciteit, dimensies en verblijftijd, leiden tot grote verschillen in het functioneren en de soortensamenstelling van aquatische ecosystemen. Deze verschillen zijn zo prominent, dat er vaak aparte instrumenten (indexen, modellen, beoordelingssystemen) ontwikkeld zijn om een ecologische beoordeling en diagnose te kunnen uitvoeren. Ook het formuleren van maatregelen en beheer kunnen per watertype sterk verschillen. Alleen het type sloten en kanalen is niet op basis van deze masterfactoren gedefinieerd. Sloten en kanalen kunnen immers zowel een korte (minder dan tien dagen) als een lange (meer dan twintig dagen) verblijftijd hebben en kunnen ook zoet of brak zijn. Ook kunnen sloten zwak gebufferd zijn. Gekozen is sloten en kanalen toch als apart type te onderscheiden, omdat deze kunstmatig gegraven wateren zeer veel in Nederland voorkomen en door hun ligging en functie doorgaans intensief beheerd worden.


Van elk watertype worden de belangrijkste kenmerken van het aquatisch ecosysteem beschreven. Wat is voor het betreffende watertype kenmerkend wat betreft milieufactoren en processen en welke planten- en diergemeenschappen horen daarbij? Vervolgens wordt besproken op welke wijze door menselijke beÔnvloeding het ecosysteem kan veranderen (meestal: degraderen) en welke instrumenten beschikbaar zijn om de vorm en de mate van die beÔnvloeding te kunnen vaststellen. Dat gaat dus over het stellen van een diagnose: wat is er met het aquatisch ecosysteem aan de hand? Tot slot worden oplossingsrichtingen aangedragen: manieren waarop het ecosysteem hersteld en behouden kan worden. Het gaat om maatregelen en beheer op het gebied van stoffen, structuren, hydrologie en morfologie.


Andere typologieŽn.

Voor de beschrijving en beoordeling van Nederlandse oppervlaktewateren zijn ook andere typologieŽn opgesteld. We noemen hier de volgende:

  • Typologie voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW maakt zelf onderscheid in vier hoofdtypen: rivieren, meren, overgangswateren en kustwateren. Elk lidstaat moet vervolgens een verdere onderverdeling in watertypen maken. Dat kan op basis van een vaste set abiotische factoren (systeem A) of op basis van deels vaste en deels vrij te kiezen abiotische factoren (systeem B). Nederland heeft gekozen voor systeem. De typologie is opgesteld door Alterra en het RIKZ (Elbersen et al. 2003). In totaal zijn er 55 typen onderscheiden, maar hierbij zitten ook de typen van kleine wateren (bronnen, bovenlopen, vennetjes, etcetera). Dergelijke kleine wateren worden meestal niet als KRW-waterlichaam begrensd. Als deze typen buiten beschouwing worden gelaten, blijven er 33 typen over. Meer informatie over de typen en de ecologische beoordeling volgens de KRW is te vinden onder het instrument QBWat.
  • EBEO-typologie. In opdracht van de STOWA zijn voor de Nederlandse oppervlaktewateren ecologische beoordelingssystemen ontworpen. Hierbij zijn zeven hoofdtypen onderscheiden: stromende wateren, ondiepe plassen, diepe plassen, sloten, kanalen, brakke binnenwateren en stadswateren. Informatie over de typologie is te vinden in Franken (2006). Informatie over de EBEO-beoordelingsmethoden is te vinden onder het instrument EBEO-Sys.
  • Watertypologie aquatisch supplement. Als aanvulling op het Handboek Natuurdoeltypen (Bal et al. 1995), is een aquatisch sypplement opgesteld. Hierbij zijn in totaal twaalf hoofdtypen onderscheiden, die elk in een apart boekje beschreven worden. In de literatuurlijst worden ze genoemd onder Verdonschot et al. (2000).


Literatuur

  • Bal D, Beije HM & Jansen SRJ (1995) Handboek Natuurdoeltypen. IKC-Natuurbeheer, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Wageningen.
  • Elbersen JWH, PFM Verdonschot, B Roels & JG Hartholt (2003) Definitiestudie KaderRichtlijn Water (KRW). I. Typologie Nederlandse Oppervlaktewateren. Alterra-rapport 669, Alterra, Wageningen.
  • Verdonschot et al. (2000) Natuurlijke levensgemeenschappen van de Nederlandse binnenwateren. Achtergronddocument bij het 'Handboek Natuurdoeltypen in Nederland'. Deel 1, Bronnen (PFM Verdonschot). Deel 2, Beken (PFM Verdonschot). Deel 3, Wateren in het rivierengebied ( R Nijboer, N Jaarsma, P Verdonschot, D van de Molen N Geilen & J Backx). Deel 4, Brakke binnenwateren (PWM van Beers & PFM Verdonschot). Deel 5, Poelen (NG Jaarsma & PFM Verdonschot). Deel 6, Sloten (R Nijboer). Deel 7, Laagveenwateren (B Higler). Deel 8, Wingaten (NG Jaarsma, PFM Verdonschot). Deel 9, Rijksmeren (DT van der Molen). Deel 10, Regionale kanalen (NG Jaarsma, PFM Verdonschot). Deel 11, Rijkskanalen (HPA Aarts). Deel 12, zoete duinwateren (PFM Verdonschot, SN Janssen). Deel 13, Vennen (GHP Arts). Alterra. In opdracht van Expertisecentrum LNV
  • Franken RJM, JJP Gardeniers & ETMH Peeters (2006) Handboek Nederlandse ecologishe beoordelingssystemen (EBEO-systemen). Deel A. Filosofie en beschrijving van de systemen. Rapport 2006-04, Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, Utrecht.

 

Onderliggende titels:

1. Stromende wateren
2. Sloten en kanalen
3. Ondiepe wateren, lange verblijftijd
4. Gestratificeerde wateren
5. Zwak gebufferde wateren
6. Brakke wateren

 


Bijgewerkt: 3 februari 2016   door: Ronald Bijkerk - versie 4
Grootste bijdrage door: Reinder Torenbeek ( 93 % )
Tweede lezer: Ronald Bijkerk
Openbaar: voor iedereen zichtbaar